Westvleteren bier.

Sint sixtus abdij.

 

In een aanzienlijk later stadium is de abdij uitgebreid met een zogenaamde Lourdesgrot, die uiteraard refereert aan het bedevaartsoort Lourdes, in Frankrijk. Deze grot werd 28 mei 1922 ingewijd in een naast de abdij gelegen bos. Dit werd als dank gezien voor de bescherming tijdens de oorlog. Hedendaags is de grot vrij toegankelijk voor bezoekers. Naast de grot is ook een bibliotheek geopend met maar liefst zeshonderd drukwerken van voor 1830 en veertigduizend van erna! Waardevolle informatie, wat ons een beeld geeft van de levenswijze van de eerdere bewoners van het abdij het naastgelegen gebied.

 

Hoewel de Lourdesgrot en bibliotheek van grote waarde zijn voor het abdij, is deze voor velen met name bekend vanwege het trappistenbier Westvleteren. Het – trappistenbier – is oorspronkelijk vernoemd naar een monnik van de cisterciënzerabdij, ‘La Trappe’. In de 17e eeuw werd dit hervormd door abt ‘de Rancé’ en weer later is deze benaming uitgebreid tot de algemene cisterciënzermonniken. Deze monniken wijden zich onverdeeld toe aan God, zij maken zich enkel voor God vrij en leiden een monastiek en contemplatief, ofwel beschouwend, leven.

 

Trappistenbier.

 

Het merk ‘Trappistenbier’ is een juridisch beschermd merk en mag daardoor alleen gedragen worden door bier, dat binnen het abdij van de ‘Trappistenmonniken’ gebrouwen is. Van alle Belgische bieren, zijn dat er slechts zes verschillende: Achel, Chimay, Orval, Rochefort, Westmalle en het eerder genoemde Westvleteren. In België is er slechts een café, waar je de biersmaak ‘Westvleteren’ uit het hierboven beschreven klooster kunt drinken; ‘In de Vrede’. Dit café is net voor de abdij gelegen, waar eveneens tentoonstelling over het leven binnen de abdij en de geschiedenis ervan worden getoond.

 

De abdij is nooit heel groot geweest, tot zeker 1836 bestond het uit slechts 26 monniken, wellicht door de dichtbij gelegen andere kloosters, al is dat niet te bevestigen. Ook in de jaren die erop volgden, bleef het totaal aantal paters en broeders rond dit aantal hangen, doordat er geregeld een aantal vertrokken om elders een nieuw abdij te stichten. In 1850 vertrokken bijvoorbeeld zestien van deze paters en broeders naar Scourmont om daar een nieuw klooster te stichten.